Adoptie.
|
|
Titel:
|
Adoptie.
|
|
Auteur:
|
Netwerkjuristen.nl
Netwerkjuristen bestaat uit een team van rechtenstudenten en professionals. Hieronder staat een vraag die door hen is behandeld.
|
|
Sinds 1956 kent ons recht de mogelijkheid van adoptie. In 1998 is eenouderadoptie en adoptie door ongehuwde ook mogelijk geworden. Sinds 2001 is adoptie ook mogelijk door twee personen van het gelijke geslacht.
Adoptie kan alleen geschieden door een rechtelijke uitspraak. De rechtbank stelt aan adoptie een aantal voorwaarden. Zo is het zo dat gehuwden of samenwonende tenminste drie jaren aaneengesloten moeten samenleven en de adoptie in het belang van het kind is. Indien het kind twaalf jaar of ouder is, moet deze zich ook in de adoptie kunnen vinden. (Art. 1:227 BW. (Zie onder).
Andere voorwaarden voor adoptie zijn o.a. dat het kind geen kleinkind is van de adoptant, en dat een minderjarige moeder van het kind minimaal de leeftijd van zestien jaar is. (Art. 1:228 BW. (Zie onder). Voor adoptie van buitenlandse kinderen gelden een aantal bijzondere voorwaarden. Een hiervan is dat de toestemming van de adoptie plaat vind in het land van herkomst van het kind, en het land waar de aspirant-adoptiefouders woonachtend zijn, beoordelen of zij aan alle regels en voorwaarden voldoen.
Het kind wat geadopteerd is staat wettelijk gezien in bloedverwant en familierechtelijke betrekking tot de adoptant. (Art. 1:229 BW. Zie onder). Een adoptie kan door een rechtelijke uitspraak op verzoek van de geadopteerde worden herroepen. Het verzoek kan alleen worden gehonoreerd door een rechtbank als dit in kennelijk belang is van het kind. (Art. 1:231 BW. Zie onder).
Hopende u hiermee van voldoende informatie te hebben voorzien.
Met vriendelijke groet, Netwerkjuristen.nl
Titel 12. Adoptie
Artikel 1:227 BW. 1. Adoptie geschiedt door een uitspraak van de rechtbank op verzoek van twee personen tezamen of op verzoek van één persoon alleen. Twee personen tezamen kunnen geen verzoek tot adoptie doen, indien zij krachtens artikel 41 geen huwelijk met elkaar zouden mogen aangaan.
2. Het verzoek door twee personen tezamen kan slechts worden gedaan, indien zij ten minste drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaande aan de indiening van het verzoek met elkaar hebben samengeleefd. Het verzoek door de adoptant die echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel van de ouder is, kan slechts worden gedaan, indien hij ten minste drie aaneengesloten jaren onmiddellijk voorafgaande aan de indiening van het verzoek met die ouder heeft samengeleefd. 3. Het verzoek kan alleen worden toegewezen, indien de adoptie in het kennelijk belang van het kind is, op het tijdstip van het verzoek tot adoptie vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is dat het kind niets meer van zijn ouder of ouders in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft, en aan de voorwaarden, genoemd in artikel 228, wordt voldaan. 4. Zijn de voornamen van het kind niet bekend, dan stelt de rechter, nadat hij de adoptant of adoptanten en het kind, indien dat twaalf jaren of ouder is, heeft gehoord, bij de adoptiebeschikking tevens een of meer voornamen vast. 5. In zaken van adoptie is de minderjarige ouder bekwaam in rechte op te treden. Artikel 1:228 BW. 1. Voorwaarden voor adoptie zijn: a. dat het kind op de dag van het eerste verzoek minderjarig is, en dat het kind, indien het op de dag van het verzoek twaalf jaren of ouder is, ter gelegenheid van zijn verhoor niet van bezwaren tegen toewijzing van het verzoek heeft doen blijken; hetzelfde geldt, indien de rechter is gebleken van bezwaren tegen toewijzing van het verzoek van een minderjarige die op de dag van het verzoek de leeftijd van twaalf jaren nog niet heeft bereikt, maar in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake; b. dat het kind niet is een kleinkind van een adoptant; c. dat de adoptant of ieder der adoptanten ten minste achttien jaren ouder dan het kind is; d. dat geen der ouders het verzoek tegenspreekt; e. dat de minderjarige moeder van het kind op de dag van het verzoek de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt; f. dat de adoptant het kind gedurende ten minste drie aaneengesloten jaren heeft verzorgd en opgevoed of, in geval van adoptie door twee personen tezamen, dat zij het kind gedurende ten minste een jaar hebben verzorgd en opgevoed; indien de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel van de ouder het kind adopteert, geldt dat de adoptant en die ouder het kind gedurende ten minste een jaar hebben verzorgd en opgevoed, tenzij het kind wordt geboren uit de relatie van de moeder met een levensgezel van gelijk geslacht; g. dat de ouder of ouders niet of niet langer het gezag over het kind hebben. Indien evenwel de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel van de ouder het kind adopteert, geldt dat deze ouder alleen of samen met voornoemde echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel het gezag heeft. 2. Aan de tegenspraak van een ouder als bedoeld in het eerste lid, onder d, kan worden voorbijgegaan: a. indien het kind en de ouder niet of nauwelijks in gezinsverband hebben samengeleefd; of b. indien de ouder het gezag over het kind heeft misbruikt of de verzorging en opvoeding van het kind op grove wijze heeft verwaarloosd; of c. indien de ouder onherroepelijk is veroordeeld wegens het plegen tegen de minderjarige van een van de misdrijven, omschreven in de titels XIII tot en met XV en XVIII tot en met XX van het tweede boek van het Wetboek van Strafrecht. Artikel 1:229 BW. 1. Door adoptie komen de geadopteerde, de adoptiefouder en zijn bloedverwanten of de adoptiefouders en hun bloedverwanten in familierechtelijke betrekking tot elkaar te staan. 2. Tegelijkertijd houdt de familierechtelijke betrekking tussen de geadopteerde, zijn oorspronkelijke ouders en hun bloedverwanten op te bestaan. 3. In afwijking van het tweede lid blijft de familierechtelijke betrekking tussen de geadopteerde en zijn ouder en diens bloedverwanten bestaan, indien de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel van die ouder het kind adopteert. 4. Indien het kind op het tijdstip van de adoptie omgang heeft met een ouder ten aanzien van wie de familierechtelijke betrekking ophoudt te bestaan, kan de rechtbank bepalen dat zij gerechtigd blijven tot omgang met elkaar. De artikelen 377a, tweede en derde lid, 377e en 377g zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 1:231 BW. 1. De adoptie kan door een uitspraak van de rechtbank op verzoek van de geadopteerde worden herroepen. 2. Het verzoek kan alleen worden toegewezen, indien de herroeping in het kennelijk belang van de geadopteerde is, de rechter van de redelijkheid der herroeping in gemoede overtuigd is, en het verzoek is ingediend niet eerder dan twee jaren en niet later dan vijf jaren na de dag, waarop de geadopteerde meerderjarig is geworden.
© 2006 Netwerkjuristen.nl
Niets van deze uitgave mag zonder schriftelijke toestemming van de auteur worden overgenomen of worden gepubliceerd.
|
|
Netwerkjuristen.nl is gestopt.
|
|
Toegevoegd op 11 december 2006
|