OuderAlleen AlleenOver Samendoor OAblogs OAclubs MijnOA  
  Chat   Kalender   Agenda   Profielen   Zoeken   Support   MijnOA
OuderAlleen Thuis > Infohoek > Artikelen > Week op, week af.
   
Week op, week af.
Titel: Week op, week af.
Auteur: Jeroen Kleijne
Kinderen van co-ouders

Slechts 4 procent van de ouders kiest na een scheiding voor co-ouderschap: het eerlijk delen van de zorg en opvoeding van hun kinderen. Hoe hebben kinderen van co-ouders het ervaren om in twee huizen te wonen? “Als ik mijn favoriete broek vergeten was, stapte ik gewoon even op de fiets”


De ouders van Fleur van Ledden Hulsebosch (27) waren pioniers op het gebied van gelijkwaardig ouderschap na de scheiding. Toen ze in 1982 uit elkaar gingen, wisten ze meteen dat ze de opvoeding en zorg voor hun vierjarige dochter eerlijk wilden delen. In de rechtzaal viel voor het eerst de term ‘co-ouderschap’. Op het moment dat moeder Caroline in Amsterdam-Noord een flat had gevonden in de buurt van de woonboot van haar ex-man Piet begon voor Fleur het pendelen met haar weekendtas. De ene week woonde ze bij haar vader op de boot, de andere week bij haar moeder in de flat. Ook toen haar vader verhuisde naar een vierkamerflat bleef het weekschema bestaan.

“Volgens mij nam ik altijd alles mee”, zegt Fleur beslist. “Ik had een grote tas met kleren, die mijn vader altijd haalde en bracht met de auto. Het werd pas lastig toen ik in de puberteit kwam. Nieuwe kleren, tasjes, make-up, schoolboeken... Een ware volksverhuizing.” Ze loopt even naar de slaapkamer van haar bescheiden studentenflat en komt terug met een onooglijk stoffen konijntje. “En deze natuurlijk. Mijn knuffel Queque. Die was heel belangrijk voor me. Ik weet nog dat-ie een keer uit de auto gevallen was. Ik rustte niet voordat we mijn konijn weer hadden gevonden.”

Fleur heeft nauwelijks herinneringen aan de tijd dat haar ouders nog bij elkaar waren. Verhuizen op zondag was voor haar de gewoonste zaak van de wereld. “Ik heb er nooit veel problemen mee gehad. Ik fantaseerde ook nooit over mijn vader en moeder samen. Dit was gewoon mijn leven. Ik hield me heel strak aan het schema. Alleen bij een enkele puberruzie ging ik wel eens naar de andere ouder toe. Het scheelde natuurlijk dat ze zo dicht bij elkaar woonden. Als ik mijn favoriete broek vergeten was, stapte ik gewoon even op de fiets. Het enige lastige vond ik het verschil in opvoeding. Mijn vader was redelijk streng en consequent, mijn moeder veel losser en makkelijker. Dat leidde ook wel tot conflicten tussen hen, wat best vervelend was. Het grootste voordeel is voor mij dat ik allebei mijn ouders goed ken. Ik vind het heel tof dat mijn vader ook voor mij wilde zorgen en geen weekendvader wilde zijn.”
Op haar achttiende kwam Fleur voor een moeilijke keus te staan. Voor haar studie aan de Modeacademie had ze zoveel boeken en materiaal nodig dat het ondoenlijk werd om steeds te pendelen. Bij één van haar ouders gaan wonen wilde ze eigenlijk niet. “Ik had alleen geen geld en in Amsterdam kon ik sowieso geen kamer vinden. Daarom besloot ik toch om bij mijn vader te gaan wonen. Hij had een grotere flat en bij mijn moeder woonde mijn acht jaar jongere zusje dat steeds drukker werd. Het grappige is dat ik die periode weer veel heen en weer ging: tussen het huis van mijn vader en het huis van mijn vriendje. Maar ik heb me een tijd erg schuldig gevoeld over die keuze. Ik heb altijd gezegd: ik woon bij hen allebei óf bij geen van beiden. Ik vond het heel erg dat het niet ging zoals ik het ooit bedacht had.”
Pas nadat ze in therapie was gegaan, werd ze wat rustiger van binnen. “Zeker toen ik op mijn tweeëntwintigste op mezelf ging wonen. Op dat moment realiseerde ik pas wat het is om echt een eigen plek te hebben. Ik merk nog steeds dat ik overal kan aarden, ik geloof zeker dat dat met het weekschema te maken heeft. Omdat ik elke week met een andere situatie te maken kreeg, kan ik me extreem goed voegen. Dat is mijn meevaller. Verder voel ik altijd een soort onrust van binnen. Als ik thuis ben, wil ik meteen weer weg. Voor mijn gevoel ben ik steeds onderweg. Als een soort glossy-zwerver.”


Iman Soomers (22) gaat al meer dan vijftien jaar elke vrijdag heen en weer tussen het huis van zijn vader en dat van zijn moeder. Als hij een paar stappen buiten de deur heeft gezet, is hij alweer bijna in het andere huis. Zijn ouders wonen nog geen honderd passen van elkaar, in het kleine Zeeuwse dorp IJzendijke. “Ideaal. Als ik een trui of broek nodig heb, loop ik gewoon even naar het andere huis, twee straten verder. Het enige dat altijd heen weer is gegaan, zijn mijn schoolboeken. En vroeger natuurlijk mijn Playstation.”

Ook voor Imans ouders was co-ouderschap in 1986 een logische keuze. Voor hen was het ondenkbaar dat Iman en zijn twee oudere zussen permanent bij één ouder zouden gaan wonen. Moeder Tineke woonde nog even in Terneuzen, maar toen ze een huis betrok in hetzelfde dorp als haar ex-man ging het co-ouderschap meteen in. Elke maand kwamen ze een avond bij elkaar om de opvoeding op elkaar af te stemmen. Toen Imans vader hertrouwde nam zijn tweede vrouw vanaf dat moment gewoon deel aan het overleg – ook omdat ze de oppas was van Tineke. Ze gingen zelfs met zijn drieën naar ouderavonden.

Voor Iman zijn er daarom altijd weinig verschillen geweest tussen de moeder- en de vaderweek. De huizen zijn ongeveer even groot, in beide gevallen heeft hij een ruime eigen kamer, een computer en een goed bureau om aan te werken. Ook als het gaat om de opvoeding hebben zijn ouders altijd op één lijn gezeten. “Als klein jongetje was ik bijvoorbeeld een paar keer veel te laat thuis gekomen na het buitenspelen. Na de zoveelste keer kreeg ik van mijn vader drie weken huisarrest. Ik dacht toen ik bij mijn moeder kwam: nu kan ik weer lekker buitenspelen, maar dat ging mooi niet op. Aan de ene kant misschien vervelend, maar ik wist wel altijd waar ik aan toe was.”

De jonge Zeeuw heeft daarom nooit aanleiding gezien om verandering te brengen in zijn woonsituatie. “Het bevalt me goed, ik ben er helemaal aan gewend geraakt. Het zit in mijn systeem. Alleen toen ik nog geen gsm had, konden mijn vriendjes me soms niet zo makkelijk bereiken. Als ik op mezelf ga wonen, zal het waarschijnlijk heel erg wennen zijn om één huis te hebben. Ik denk er wel eens over na, maar ik heb het zo goed in beide huizen.... Ik kan doen en laten wat ik wil en het scheelt me ook een hoop geld. Ze hebben me al heel vaak gevraagd waar ik liever woon, maar dan zeg ik altijd dat ik blij ben dat ik niet hoef te kiezen. Ik heb het bij allebei supergoed. Ik ben blij dat ik ze allebei veel zie, dat ze me samen opvoeden en dat ik geen kant hoef te kiezen.”


Kyra Pijls van de Vereniging Familierecht Advocaat-Scheidingsbemiddelaars (VFAS) vertelt dat co-ouderschap in de jaren tachtig en negentig slechts incidenteel voorkwam. Pas bij de invoering van het gezamenlijk ouderlijk gezag na de scheiding (1 januari 1998) raakte co-ouderschap iets meer ingeburgerd. Een goede zaak, vindt Kyra Pijls. “Het gaat er mij niet om hoe de ouders het precies verdelen in tijd. Iemand die altijd kostwinner is geweest, zal na een scheiding niet ineens kiezen voor een 50-50 verdeling, maar kan best wat zorgtaken op zich nemen. Ik vind het belangrijk dat ouders na een scheiding allebei ouder blijven. Je moet het kind de andere ouder gunnen. Laten merken dat het kind de andere ouder lief mag vinden, het fijn mag vinden om daar te zijn. “


Pedagogisch onderzoeker Ed Spruijt is iets minder positief over co-ouderschap. Hij publiceerde samen met drie collega’s in 2002 “Het verdeelde kind”, een bundeling van tientallen studies naar de gevolgen van echtscheidingen voor kinderen. “Zelfs de beste afgewikkelde scheidingen gaan gepaard met heftige emoties. Mensen moeten na een scheiding vaak behoorlijk wat afstand van elkaar nemen. Als je dan tegelijkertijd verstandig en rustig de kinderen samen moet opvoeden, is dat geen sinecure. In geval van co-ouderschap moeten ouders het behoorlijk eens zijn en in staat zijn om goed te communiceren. Dat is lang niet voor iedereen weggelegd. Daar komt nog bij dat scheiden een beslissing is van de ouders, maar dat de kinderen vervolgens heen en weer moeten pendelen. Echt logisch is dat niet natuurlijk. Bij het echte co-ouderschap, “bird-nesting”, gaan trouwens de ouders heen en weer. Voor kinderen is dat eigenlijk de meest voor de hand liggende vorm.”


Erwin Teitler (36) heeft van zijn veertiende tot zijn achttiende in zo’n vogelnest gewoond. Toen zijn ouders in 1984 uit elkaar gingen, kozen ze er direct voor om Erwin en zijn twee jongere zussen in het ouderlijk huis in Rotterdam te laten wonen. In de rechtzaal beriepen ze zich op een recente uitspraak van het Europese Gerechtshof. Van zondagmiddag tot donderdagochtend woonden de drie kinderen in het huis met hun vader, hun moeder kwam donderdagmiddag en bleef dan tot zondagmiddag. “Volgens mij hebben ze die regeling meteen gepresenteerd toen ze het ons vertelden. Ik denk niet dat ik besefte dat het een vrij opmerkelijke oplossing was, voor mij was het volkomen logisch. Het grootste voordeel was dat er eigenlijk niks veranderde. Ik bleef in dezelfde kamer slapen, ging naar dezelfde school en hield mijn eigen vriendjes. Ik hoefde nooit heen en weer te reizen. Het was een hele stabiele situatie. Hoewel mijn ouders nooit samen waren, leek het haast een normaal gezin.”

Nooit heeft Erwin de behoefte gevoeld aan een andere regeling. “Het enige nadeel was misschien dat ik iets langer de illusie heb gehouden dat het nog goed zou komen. Maar verder zag iedereen volgens mij in dat dit onder de omstandigheden de beste oplossing was. Als ik het nu aan mijn ouders vraag, staan ze er nog steeds achter dat ze het op die manier gedaan hebben. Belangrijk is natuurlijk wel dat er een bepaalde rede was in de relatie tussen mijn ouders. Ze moesten een gezamenlijke huishouding voeren, met elkaar overleggen over de opvoeding. Anders werkt het niet. Als kind probeer je soms toch je ouders tegen elkaar uit te spelen, maar in mijn geval golden de hele week dezelfde regels, daar waren mijn ouders heel duidelijk in. Het grappige is dat ik nog nooit iemand ben tegengekomen die in zo’n situatie is opgegroeid. Ik ben mijn ouders nog steeds dankbaar dat ze het zo hebben opgelost. Het heeft zeker een positief effect gehad op de relatie met mijn ouders. Ik heb nog steeds het gevoel dat ze er altijd voor me zullen zijn en mijn belang voorop zullen stellen.”

Begrijpt Erwin dat maar zo weinig ouders na een scheiding kiezen voor co-ouderschap? “Ik begrijp dat niet, want voor een kind lijkt me altijd het beste als de relatie tussen hun ouders gelijkwaardig is. Aan de andere kant zal een vader die in een vijfjarige huwelijk vier jaar op zakenreis is geweest niet zo snel kiezen voor co-ouderschap. Uiteindelijk moeten ouders wel in staat zijn om hun eigen gevoelens ondergeschikt te maken aan het belang van de kinderen. Als ze om het minste of geringste al ruzie krijgen, zal een van de twee de zorg voor de kinderen op zich moeten nemen.” Fleur is nog iets stelliger in haar mening: “Ik vind dat je als ouders je verantwoordelijkheid moet nemen en bij een scheiding goed moet nadenken over de gevolgen voor je kinderen. Hoe moeilijk het ook is, ik vind dat ouders altijd het belang van hun kinderen voorop moeten stellen. De mensen die ik ken die zonder vader zijn opgegroeid zijn daar allemaal gefrustreerd over.”


-----//------


Nieuw: het ouderschapsplan

De overgrote meerderheid van de ouders die gaan scheiden, kiest niet voor co-ouderschap maar voor een omgangsregeling. Zeker een vijfde van de kinderen van gescheiden ouders ziet hun vader (of moeder) helemaal niet meer, met alle negatieve gevolgen van dien. In de toekomst komt daar als het goed is verandering in. Rond 1 november stemt de Tweede Kamer waarschijnlijk in met de wet “Beëindiging huwelijk zonder rechterlijke tussenkomst en vormgeving voortgezet ouderschap”. Deze initiatiefwet van Tweede Kamerlid Ruud Luchtenveld (VVD) verplicht ouders die gaan scheiden onder meer tot het maken van een ouderschapsplan. Ouders moeten daarin afspraken vastleggen over de verzorging en de opvoeding van hun kinderen en over waar de kinderen na de scheiding gaan wonen. De initiatiefnemer: “Ik vind het erg belangrijk dat ouders na een scheiding samen verantwoordelijk blijven voor de opvoeding van hun kinderen. Het hoeft niet per se 50-50 te zijn, maar wel meer dan de standaardregeling van een keer in de veertien dagen naar hun vader. Ze hebben hun kinderen niet voor niks samen op de wereld gezet. Kamerbreed hebben we de hoop dat als je ouders verplicht om zo’n ouderschapsplan te maken dat ze dan ieder geval goed nadenken over hun gezamenlijke verantwoordelijkheid. Ze hebben een document waar ze allebei hun handtekeningen onder hebben gezet. Als het daarna toch mis gaat, moeten ze eerst proberen dat samen op te lossen, eventueel met behulp van een mediator. Lukt het nog niet, dan voorziet de wet in een versnelde toegang tot de rechter, zonder advocaat. Binnen drie weken volgt in dat geval een mondelinge behandeling. De rechter heeft allerlei instrumenten om zo nodig de gemaakte afspraken af te dwingen: een dwangsom, een gewijzigde regeling, het benoemen van een curator of zelfs inschakeling van de sterke arm. Die versnelde toegang en de sanctiemogelijkheden gelden ook voor ‘oude’ gevallen. Ik heb daarom goede hoop dat in de toekomst meer kinderen van gescheiden ouders een goed contact zullen hebben met beide ouders.” Kyra Pijls is het hartgrondig eens met de invoering van het ouderschapsplan. “Het dwingt ouders om na te nadenken over een andere verdeling dan eens in de veertien dagen een weekend en om goede afspraken te maken over allerlei praktische zaken. Een aardig voorbeeld vind ik het meisje dat met de nieuwe vriendin van haar vader naar de kapper ging en haar haar helemaal kort liet knippen. Moeder laaiend natuurlijk. Als je over dat soort dingen afspraken maakt, haal je vooraf de angel uit een hoop conflicten.” Ook Ed Spruijt juicht de invoering van het ouderschapsplan toe. “Zo’n plan moet wel periodiek worden bijgesteld, want een kind van acht heeft weer andere behoeften dan een van zes. En ik vind dat er een rampenplan in moet worden opgenomen, waarin staat wat je doet als het echt helemaal mis gaat. Zo’n rampenplan vind ik een betere oplossing dan al die dwangmaatregelen, want die werken alleen maar conflictverhogend. Als de politie met kinderen moet gaan zeulen, is het middel erger dan de kwaal.”


Volkskrant Magazine, 29 oktober 2005

© 2005 Jeroen Kleijne
Niets van deze uitgave mag zonder schriftelijke toestemming van de auteur worden overgenomen of worden gepubliceerd.
Toegevoegd op 10 november 2005

5 Reacties
Reactie van Roely. Geplaatst: 16-11-2005
Hier een reactie

zit zelf midden in een situatie van wikken en wegen of co-ouderschap iets is voor ons.

Vind het heel moeilijk waar ik mee zit is, dat ik als moeder heel moeilijk mijn kinderen kan los laten.

De conditie`s voor co-ouderschap zijn redelijk te noemen voor beide kanten . Maar ik hou het tegen ik lig met m`n gevoel hier over in de knoei......

Roely

Reactie van Margo036. Geplaatst: 16-11-2005
Voor ons beiden was het ondenkbaar een weekendouder te zijn en de kinderen wilden niet kiezen. We wonen op een steenworp afstand van elkaar en de kinderen zijn er helemaal aan gewend. Wat nog niet goed loopt is de onderlinge communicatie helaas.

Reactie van Litteke. Geplaatst: 20-11-2005
Het verhaal van Fleur van Ledden Hulsebosch zou het verhaal van mijn oudste dochter kunnen zijn. T.m. de woonboot, de therapie en het moeilijke zusje. Alleen heeft ze het geluk wel zelf woonruimte te hebben gevonden in Amsterdam
Uiteindelijk denk ik toch dat het Co-ouderschap voor haar de beste oplossing was . Daar gaat het uiteindelijk om, het belang van je kind niet je eigen belang.



Reactie van Blauwe_Smurf. Geplaatst: 28-05-2006
Hoi hoi. Late reactie als ik kijk naar de laatste reactie dd 20-11-2005?
Maar ik ben de vader van een kindje van reeds 3 en een half en die heeft vanaf de geboorte geen andere situatie gekend als, mama door de weeks en pap de weekenden. (Tenzij het anders uitkwam natuurlijk) Nou ja Natuurlijk? Dat ook weer niet, maar we zijn uit elkaar gegaan en hebben besloten om het kindje samen op te voeden. Gescheiden van elkaar. We hebben erg veel overleg en staan open voor elkaar. Ik lees vaak iets ander hier op OA, maar ik ben erg blij dat ik en mijn ex dit goed regelen. Ik denk niet dat we een CO ouderschap kunnen openen, ik werk veelal overver en ze is nog te jong om door een oppas te worden opgevangen? tevens ga ik s'morgens ook erg vroeg de deur uit.... En vind eens een oppas die dat wil doen? Maar ik ben blij dat er ook ouders zijn die deze vorm van CO ouderschap wel aan kunnen en vervullen!
=Martin=

Reactie van Anne67. Geplaatst: 24-08-2006
Een nog latere reactie....
Bij ons was het niet mogelijk. Ik had voor de scheiding ook al de zorg, daar deed hun vader eigenlijk niks aan. We hebben geprobeerd om eens in de 14 dagen van donderdag direct uit school tot zondagavond, maar dat was te lang. Hij wordt kregelig van de aanwezigheid van de kinderen en eist ook teveel van hen. Hij vond het ook te lastig om te combineren met z'n werk. Nu is het van donderdagavond tot zondagmiddag/avond en dat gaat net. Vakanties worden steeds moeizamer (3 weken in de zomer en 1 in de kerstvakantie), dus dat zal ook wel ophouden. De kinderen zijn nu ook oud genoeg om zelf aan te geven wanneer ze wel en niet naar hem willen/mee willen op vakantie.
Ondanks het feit dat dit vrij standaard is en vrij weinig was dit voor ons allemaal de beste oplossing. De band met hun vader is nu beter dan ooit tevoren.